Caché

mei 16, 2007

Hoe angst van een “slachtoffer” een “dader” maakt

Vorige week Caché gezien, de door een aantal recensenten als beste film van 2006 beschouwd. Hij is gemaakt door de Oostenrijkse regisseur Michael Haneke. Het is altijd moeilijk onbevangen te blijven als een film zo aangeprezen wordt. De film gaat over een gezin uit de Parijse intellectuele elite, dat gestalkt wordt door iemand die videobanden met voyeuristische beelden van henzelf naar ze opstuurt.  Op mij heeft de film wel indruk gemaakt, maar meer op  een subtiele manier. Het is geen film waarbij je steeds op het puntje van je stoel zit. Integendeel, het tempo is traag, maar misschien maakt het daarom meer indruk. Haneke maakt gebruik van het thrillergenre als middel om zijn verhaal te vertellen. Maar anders dan in een traditionele thriller gaat het er niet om wie wat gedaan heeft. Het einde blijft dan ook open. De structuur is slim. Als toeschouwer volgde ik braaf de verwachtingslijn van een thriller: aanleiding, onderzoek, en ontknoping, om vervolgens te merken dat het er helemaal geen ontknoping komt. De film zou je kunnen zien als een psychologisch experiment van wat angst met mensen doet. Ook als toeschouwer ben je deel van het experiment omdat je merkt hoe makkelijk je door een film te manipuleren bent. Ook ik was ergens op zoek naar een dader, kennelijk zijn we zo voorgeprogrammeerd dat als er iets gebeurt, we automatisch naar een dader gaan zoeken. Maar in deze film wordt de gestalkte hoofpersoon, iemand die qua achtergrond alles mee heeft en dus niet het excuus van een slechte jeugd heeft, zelf langzaam tot een dader, en ik een beetje met hem…


The map is not the territory

mei 11, 2007

Over de  wisselwerking tussen “map” en “territory”

Een uitspraak die ik al vaker tegengekomen ben. Ik heb verscheidene associaties bij deze uitspraak. Mijn eerste associatie gaat over de beperktheid van taal. De taal die wij spreken is een abstractie van de werkelijkheid. Ik merk dat ik dat steeds weer vergeet. Taal geeft gebrekkig weer wat er werkelijk aan de hand is. Hoe indrukwekkender iets is, hoe moeilijker het uit te drukken is in woorden; vaak zeggen we dan dat we geen woorden vinden om het te beschrijven. Hoe beschrijf je een mooie zonsondergang, wat je beleeft, wat er in je omgaat, de gedachten, de sensaties. Goede schrijvers komen in de buurt, maar het blijft toch altijd een abstractie van de ervaring.

De tweede associatie bij deze uitspraak is dat de echte ervaring altijd anders is dan je inleven in een situatie, hoe goed je dat ook kan. Door in de ervaring te zijn krijg je een veelheid aan informatie die je anders niet hebt. Het wordt veel multidimensionaler. Daarom ben ik ook voorstander van ervaringsgericht leren. Van boeken en films kan je een heleboel kennis opdoen, en zelfs meegaan in de gevoelens die ze oproepen. Maar werkelijk in de situatie zitten is toch altijd anders. Je kan zien of lezen dat iemand pijn heeft als hij een hete kachel aanraakt, maar zelf deze kachel aanraken, en de hitte op je huid voelen, eerst niet geloven dat het werkelijk pijn doet, waarna je hersenen een flinke pijnscheut door je lichaam sturen, dat is niet in woorden of beelden te vatten. Dan zit je midden in het “territory”.

De derde associatie is positiever over de “map”. Het wordt geillustreerd door het volgende verhaal. Een groep bergwandelaars waren in een sneeuwstorm verzeild geraakt waarna niemand meer wist waar ze waren. De wegen waren weg, ook alle orientatiepunten. Ze dachten dat ze ook geen kaart van het gebied bij zich hadden. Ze gingen zitten en bedenken wat te doen. Er kwam onenigheid. Een aantal wilden naar de volgende bergtop wandelen omdat ze dachten van daaruit het basecamp te kunnen zien, maar een aantal anderen wilde proberen de weg terug proberen te vinden zoals ze hier gekomen waren. Ze kwamen er niet uit, Maar het werd kouder en kouder en het water raakte op. Daar zaten ze dan, verstijfd, lichamelijk en geestelijk. Ten einde raad ging Hans nogmaals in zijn rugzak zoeken en vond toch een kaart onderin zijn rugzak. “He, luister eens, ik heb een kaart gevonden!! Als we die kaart volgen moeten we nu die richting op.” Moe, vertwijfeld, maar hoopvol kwam de groep in beweging. De weg was zwaar en niet gemakkelijk, maar iedereen vertrouwde erop dat ze vanavond het basecamp zouden bereiken. En op het einde van de dag, vonden ze inderdaad het basecamp. s’Avonds zat iedereen uitgeput rond het haardvuur bij te komen van het avontuur. De kaart werd er nog eens bij genomen. “Zeg Hans, weet je zeker dat dit de kaart die we vandaag gebruikt hebben? Ja, hoezo? Maar deze kaart is van een heel ander gebied …

De map als manier om in beweging te komen, maar niet als territory. Zo is het ook met allerlei plannen. Een plan is een middel, maar nooit een doel op zich, wat je rigide tot in de details moet uitvoeren. Net zoals targets of doelen een middel zijn. Waar het om gaat is dat je in beweging komt en dat je de abstractie van het plan kan loslaten en daadwerkelijk, als individu of organisatie, het pad kan vinden.


Joseph Norbart

april 23, 2007

Verontwaardiging als brandstof voor kunst

Vorige week naar een expositie geweest van Joseph Norbart. Ik ken Joseph al vele jaren. Echter, hij had tot nu toe nooit iets van zijn werk laten zien, alhoewel zijn vriendenkring wel wist dat hij hard aan het werk was in zijn atelier in Amsterdam Noord. De expositie (titel: ‘Not for sale’) was in een sjiek, leegstaand kantoorgebouw aan de Keizersgracht. Joseph heeft na een ziekte zijn carriere helemaal omgegooid. Hij was werkzaam in de bankwereld, en heeft een aantal jaren geleden besloten kunstenaar te worden.  De tentoonstelling was dus eigenlijk zijn persoonlijk verhaal. Het schilderij hierboven heeft als titel ‘Changing the Rules” en vind ik het meest typerend voor de levens ommezwaai van Joseph. Links zit de zakenman aan het schaakbord en rechts zit de kunstenaar. Joseph is een felle maatschappij criticus. Ook uit de andere schilderijen uit zijn begin periode spreekt een verontwaardiging en een woede. Maar daar discussies met Joseph vaak vastliepen op tegengestelde standpunten, vond ik het mooi hoe hij zijn verontwaardiging op het doek gezet had. Woede kan dus ook een brandstof zijn om iets te creeeren. Naar mijn idee kan woede zelfs getransformeerd worden naar liefde. En dat zag ik ook in de ontwikkeling van Joseph’s schilderijen. Getuige zijn laatste schilderij, geinspireerd een oude trouwfoto van Josephs vader en moeder, in een variatie op “De kus” van Gustaf Klimt.


De kracht van gedachten

maart 19, 2007

Met gedachten je PC besturen

De manier waarop je denkt heeft een grote invloed op je leven. Een deel van onze emoties en  handelen wordt voorgafgegaan door gedachten. Ik las gisteren dat in de VS games ontwikkeld   worden die op basis van gedachten bestuurd kunnen worden. Er worden een soort electrodes op je hoofd geplaatst en je kunt dan door iets te denken een actie uitvoeren. Dat gaat weer een stap verder dan de Wii van Nintendo, die op basis van bewegingen werkt. Dat ook gecombineerd met Secondlife achtige omgevingen, waar verschillende mensen met elkaar kunnen interacteren, en Second Life zou steeds meer First Life kunnen worden. Want wat is er dan nog anders met het echte leven? Al met al lijken het me interessante ontwikkelingen. Zie Neurosky


Out of the box

maart 15, 2007

 De box maak je zelf

Als het gaat om creativiteit in bedrijven hoor je managers vaak zeggen dat er ‘out of the box’ gedacht moet worden. Het is een van die uitdrukkingen die iedereen gebruikt, maar waar iedereen een ander beeld bij heeft. Ik vraag me dan af wat er met de box bedoeld wordt. Staat ‘the box’ voor het kantoorpand? Gegeven de vorm van de meeste kantoorpanden op bedrijventerreinen zou dat best wel eens kunnen kloppen. Of staat ‘the box’ voor de manier waarop alles in een bedrijf gedaan wordt?  De structuren, de regels die creativiteit smoren. Naar mijn idee bestaat ‘the box’ uit je eigen beperkte blik van de werkelijkheid. Mensen sluiten zich voortdurend, zonder er zich bewust van te zijn, op in hun eigen oordelen. Neem het vraagstuk van hoe je 9 punten met 4 lijnen verbindt. Als je denkt dat je binnen het vierkant moet blijven, lukt het je nooit. Maar als je bedenkt dat je ook de rest van de ruimte kan gebruiken zie je de oplossing. De zelfgecreeerde ‘box’ bestaat in dit geval dus uit de 9 punten.


Tegeltjeswijsheid

maart 8, 2007


Bodies

maart 1, 2007

Een combinatie tussen live horror en een anatomisch theater

Onlangs naar de tentoonstelling Bodies geweest in de Beurs van Berlage. Overal in de stad kwam ik de borden tegen, dus ik was wel nieuwsgierig geworden. Wat me allereerst verbaasde was dat het zo druk was. Misschien lag het aan het tijdstip (vrijdagmiddag), maar het was echt drommen geblazen. Medewerkers van de tentoonstelling liepen rond in witte doktersjassen, met daarop het logo van ‘Bodies’. Er was duidelijk gedacht aan ‘branding’, dat bleek ook na afloop, als je uit de tentoonstelling in de ‘Merchandising winkel’ loopt. Ik weet niet of je het nu een tentoonstelling moet noemen, of een anatomisch theater. Het valt niet echt in een bepaalde categorie. Daar rondlopen vervulde me met een mengeling van opwinding, beschaamdheid en nieuwsgierigheid. De opwinding die je ook voelt als je naar een horrorfilm kijkt. Het gegeven dat dit echte mensen geweest zijn, maakt deel uit van de opwinding eigenlijk iets te doen wat niet mag. Het waren wel onmiskenbaar Chinezen, want dat was aan de grootte en de vorm van de hoofden te zien. Nergens werd uitgelegd hoe aan de lichamen gekomen waren. Misschien bewust, om het nog controversieler te maken? Wat me opviel was dat de opengewerkte lichamen leek op het vlees dat ik bij de slager zie. Dat bracht me wel in verwarring, want bij de slager heb ik doorgaans geen gevoel van opwinding en beschaamheid. De reden dat de lichamen van Chinezen zijn, blijkt te liggen in het feit dat in China een lijk niet binnen 30 dagen door familie opgeeist wordt, het voor de wetenschap gebruikt kan worden. Wij vinden dat misschien onbehoorlijk, want mensen moeten toch zelf toestemming geven? Mijn Chinese vrouw vroeg zich af waar wij ons over opwinden. ‘Waarom de lichamen niet gebruiken als ze nog ergens nuttig voor zijn?’ Chinezen zijn toch erg pragmatisch.


Letters from Iwo Jima

februari 19, 2007

Japanse soldaten in de tweede wereldoorlog waren ook mensen

Dit weekend een indrukwekkende film gezien over de slag bij Iwo Jima. Ditmaal vanuit het perspectief van de Japanners gezien. Ik heb nog niet eerder een Amerikaanse film over de tweede wereldoorlog volledig vanuit het perspectief van de ‘vijand’ verfilmd gezien. De Japanners worden deze keer niet als stereotypen maar als mensen afgeschilderd, met al hun onderlinge tegenstellingen en zwakheden. Maar ook met hun heroische kanten. Ken Watanabe speelt voortreffelijk de rol van generaal Kuribayashi.

Voor de Japanners is de situatie uitermate uitzichtloos. Ze weten dat ze geen ondersteuning meer hebben, en dat de Amerikanen een enorme overmacht hebben. Kuribayashi blijft tot het laatst toe een gepassioneerd militair. Het plichtsbesef en de loyaliteit van de Japanners is moeilijk voor te stellen, maar wordt in de film toch geloofwaardig. Het gaat tegen onze westerse waarde in om je dood te vechten als de situatie toch uitzichtloos in. Voor Japanners ligt het anders, eer en loyaliteit zijn belangrijker dan het leven. Desalniettemin hebben ze ook angsten, net als wij.

Het laatste beeld is voor mij het meest veelzeggend. Saigo, een van de Japanse soldaten die in de film gevolgd wordt, wordt als de slag is afgelopen op een brancard gewond op het strand gelegd naast gewonde Amerikanen. Een gewonde jongen tussen de andere jongens. Het beeld spreekt sterker dan woorden. Naar mijn mening komt oorlog voort uit de tragiek van conflicterende ideeen en meningen over andere mensen, maar het laatste beeld maakt duidelijk dat er geen verschil is tussen de Japanse en de Amerikaanse gewonde soldaat.


Politiek als jij-bak

februari 13, 2007

In de politiek gaat het vaak om wat andere mensen allemaal ‘fout’ doen. Meer zelf het goede voorbeeld geven en meer zelfkritiek graag.

Politiek is een lastig vak. Je wordt politicus omdat je iets wil veranderen: je bent ergens boos of verontwaardigd over, en deze energie wordt gericht op een politieke doelstelling. Als je iets wil veranderen kom je altijd bij andere mensen terecht, de ander moet veranderen. En dat ga jij ze dan zeggen. ‘Mensen moeten rekening met elkaar houden’, ‘ouders moeten hun kinderen beter opvoeden’, ‘mensen moeten verdraagzaam zijn’, ‘ moeten minder hufterig zijn’ (erg vaak wordt het woord ‘moeten’ gebruikt). Politici hebben echter niet door dat ze daarmee in een levensgrote zelfgegraven valkuil vallen. Want, tenzij je ze aan hun hersenen gaat opereren, is het is het onmogelijk om andere mensen te veranderen. Mensen kunnen alleen zichzelf veranderen. Als je 2 mensen in de gevangenis of een inrichting zet met als doel ze te veranderen, heb je kans dat de ene zo ongeveer eruit komen als hij of zij erin gegaan is (30-50% recividisten), en de ander zal tot inzicht komen, en misschien zijn gedrag of gewoontes zelf veranderen. Maar dat doen ze zelf, je hebt daar in dit geval geen invloed op. De ‘veranderings veronderstelling’ staat aan de basis van de meeste ideologieen. We hebben namelijk de neiging erg onverdraagzaam te worden als de ander niet snel genoeg verandert volgens ons ideaal, en willen het dan met geweld afdwingen. Zie, de ideologie is geboren.

Wat je als politicus wel kan doen is omstandigheden creeeren die er misschien toe leiden dat mensen hun gedrag veranderen. Wat je ook kan doen is zelf het goede voorbeeld geven. Dat kan wellicht vrijblijvend klinken, maar dat is het niet. Vrijblijvend is iets roepen en het vervolgens niet doen. Als politicus roepen dat mensen hun gedrag moeten veranderen is een grote jij-bak, je bereikt daarmee het tegenovergestelde en maakt jezelf volkomen ongeloofwaardig. Mensen gaan jou beoordelen op je gedrag, en elke afwijking van wat je eerder verkondigd hebt, wordt als hypocrisie gezien.


De producentenmaatschappij

februari 6, 2007

Burgers beschouwen als ‘producenten’ maakt dat je mensen ziet als scheppende wezens in plaats van passieve consumenten die alleen kiezen, maar niet scheppen.

De discussie over ‘co-creation’ wordt ook buiten de marketing gevoerd. Of moet je het niet omdraaien: is het eigenlijk een maatschappelijk fenomeen wat zijn beslag aan het krijgen is in de marketing. Dat laatste klinkt veel logischer, toch? Menno van der Veen, filosoof en programmamaker bij de Balie heeft daar laatst een artikel over geschreven dat gepubliceeerd is in de NRC, met als titel, ‘Stop de passieve consumentensamenleving, op naar de scheppende producentenmaatschappij’. Wat mij in het artikel aanspreekt is dat hij het typische ‘consumentengedrag’ van kiezers en burgers hekelt. Ik heb het altijd heel gemakkelijk gevonden dat mensen maar van de overheid verwachten als ‘klant’ behandeld te worden. Het gekste voorbeeld daarvan vind ik dat mensen die een uitkering ontvangen ‘clienten’ geworden zijn. Als er iets is waardoor mensen passief achterover gaan leunen is het wel door ze aan te spreken als ‘clienten’. Mensen eisen zelfs garanties van politici en gaan procederen als ze hun zin niet krijgen. Dat vind ik echt van den zotte. Wat Menno er tegenover stelt is dat je mensen moet gaan zien als ‘scheppers’. Want als ‘schepper’ of ‘producent’ kan je namelijk wel op je verantwoordelijkheid aangesproken worden.  Producent zijn betekent ook dat je maatschappelijke betrokkenheid verder gaat dan een keer in de vier jaar je stem te laten horen. Je creeert namelijk voortdurend samen met anderen je omgeving. Inwoners en overheid zijn samen verantwoordelijk voor hun eigen leven, en burgers kunnen dus niet de overheid of politici overal de schuld van geven. Zie artikel: stop-de-passieve-consumentensamenleving.doc