De debatten en de formatie

november 30, 2006

De afgelopen maanden zijn er weer veel verkiezingsdebatten geweest. Ik heb de meesten gelaten voor wat ze waren. Alleen het laatste debat heb ik helemaal gezien, want dat was het meest beslissend. Qua inhoud was het zowieso niets nieuws, dus wat er dan overblijft is de stijl. Wat mij vooral opviel was de verbeten bitterheid en de serieusheid waarmee het debat gevoerd werd. Het was helemaal niet leuk om naar te kijken. Wat ik mij steeds afvroeg was hoe deze mensen ooit nog samen gaan werken. Ik heb het idee dat de verkiezingsdebatten nog steeds op een laag niveau staan. Ik heb altijd het gevoel gehad dat het beter kon. Daarom heb ik in mijn studietijd het initiatief genomen om een   debatvereniging naar Angelsaksisch model op te zetten. Deze bestaat nog steeds, de Erasmus Debating Society. Echter op het  hoogste niveau is het nog niet doorgedrongen. Iedereen die ooit een internationaal debattoernooi heeft meegemaakt, weet hoe intens leuk debatteren kan zijn. De mooiste analogie die ik ooit gehoord heb is die van dansen. Je probeert het publiek niet te overtuigen, maar te verleiden. Het is eigenlijk een danswedstrijd. Je probeert zowieso niet elkaar te overtuigen: dat is zinloos want het gaat om het publiek. Dat soort verleiding heb ik weinig gezien in het verkiezingsdebat. Het Nederlandse verkiezingsdebat vind ik onsportief, saai en serieus, zonder humor en zelfrelativering.  Als de partijen wat meer op een sportieve manier met elkaar gedebatteerd zouden hebben, zou de formatie waarshijnlijk nu ook niet zo moeizaam verlopen.