Bodies

maart 1, 2007

Een combinatie tussen live horror en een anatomisch theater

Onlangs naar de tentoonstelling Bodies geweest in de Beurs van Berlage. Overal in de stad kwam ik de borden tegen, dus ik was wel nieuwsgierig geworden. Wat me allereerst verbaasde was dat het zo druk was. Misschien lag het aan het tijdstip (vrijdagmiddag), maar het was echt drommen geblazen. Medewerkers van de tentoonstelling liepen rond in witte doktersjassen, met daarop het logo van ‘Bodies’. Er was duidelijk gedacht aan ‘branding’, dat bleek ook na afloop, als je uit de tentoonstelling in de ‘Merchandising winkel’ loopt. Ik weet niet of je het nu een tentoonstelling moet noemen, of een anatomisch theater. Het valt niet echt in een bepaalde categorie. Daar rondlopen vervulde me met een mengeling van opwinding, beschaamdheid en nieuwsgierigheid. De opwinding die je ook voelt als je naar een horrorfilm kijkt. Het gegeven dat dit echte mensen geweest zijn, maakt deel uit van de opwinding eigenlijk iets te doen wat niet mag. Het waren wel onmiskenbaar Chinezen, want dat was aan de grootte en de vorm van de hoofden te zien. Nergens werd uitgelegd hoe aan de lichamen gekomen waren. Misschien bewust, om het nog controversieler te maken? Wat me opviel was dat de opengewerkte lichamen leek op het vlees dat ik bij de slager zie. Dat bracht me wel in verwarring, want bij de slager heb ik doorgaans geen gevoel van opwinding en beschaamheid. De reden dat de lichamen van Chinezen zijn, blijkt te liggen in het feit dat in China een lijk niet binnen 30 dagen door familie opgeeist wordt, het voor de wetenschap gebruikt kan worden. Wij vinden dat misschien onbehoorlijk, want mensen moeten toch zelf toestemming geven? Mijn Chinese vrouw vroeg zich af waar wij ons over opwinden. ‘Waarom de lichamen niet gebruiken als ze nog ergens nuttig voor zijn?’ Chinezen zijn toch erg pragmatisch.


De stad lacht

februari 3, 2007

De eerste dag dat het echt aanvoelt als lente, en het is nog maar begin februari. Mensen lachen, de gevels schitteren en in de ogen zie ik plotseling hoop en vrolijkheid waar nog een paar dagen geleden de blikken wegkeken. Na weken van koude luchten is de kracht van de zon als een zonnebril die afgezet wordt. 


Tandenstoker

februari 2, 2007

Ik zat vandaag in de trein en was gefascineerd door de felheid waarmee de man die naast mij zat met een tandenstoker zijn gebit te lijf ging. Het deed de inspanningen van mijn mondhygienist verbleken. Hij had een brede  houten tandenstoker, breder in het midden en smaller naar de uiteinden die hij met kracht in tussen  zijn tanden dreef totdat het brede gedeelte vast zat. Dan begon hij te duwen, alsof hij niet wilde accepteren dat de tandenstoker niet verder ging. Met een gezichtuitdrukking die in lag tussen pijn en plezier constateerde hij dan dat het hout echt niet verder kon. Dan volgde nog wat heen er weer gedraai om echt alles ervan af te schrapen. Ik had het idee dat de buit aanzienlijk was, want er was zelfs genoeg om een nog een paar keer te vol genot te kauwen.


Storm

januari 18, 2007

Een vreemd gevoel van gezamenlijkheid

Raar eigenlijk hoe een storm het land een dag volledig bezig houdt. Mensen konden het nergens anders meer over hebben. Ik begon te me te realiseren dat we iets gezamelijks hadden, net zoals bij een voetbalwedstrijd. Waar we normaal allemaal in onze eigen werelden leven, wordt nu ineens alles verbonden. De natuur manifesteert  zich nadrukkelijk en dat maakt dat we ons als mensen minder machtig voelen, maar eigenlijk heel klein en kwetsbaar. Gisteren veel meer contact gehad met mijn buren dan normaal. Mensen zijn een stuk aardiger en behulpzamer als ze bang zijn.

(afgebroken tak op de Hoofdweg)


To sms or not to sms

december 22, 2006

Gesprek in de kroeg

Amsterdam, vrijdagavond. Onder het lage plafond van het cafe hangt een dikke laag gevuld met rook en gesprekken, een ontlading van de afgelopen week. Aan de bar zitten twee vrouwen. De ene, net en verzorgd, blond met Burberry shawl, de andere vrouw luistert afwezig. Ik vang flarden van het gesprek op.

‘Weet je, ben door een ex-collega gebeld. Heb hem maar 2 keer gesproken, belt hij me op. Wil met me afspreken. Ik ken die hele jongen niet. Wat moet ik ermee?’

‘Laatst een sms’je gehad van Johan. Ik heb hem direct terug ge- sms’t. Vond het zooo lief dat hij even smste’.

‘Maar heb me zo geergerd aan Rob, heb hem gesms’t en daarna niets meer gehoord.’

De blonde vrouw staart ondertussen naar haar mobiel en ziet een leeg venster zonder sms-boodschappen: ‘Weet je, ik heb het helemaal gehad met mannen. Voor mij het komende jaar geen man meer.’


Walk your talk

december 13, 2006

Als je vanuit verbinding met je eigen ervaring dingen verkondigt, ben je geloofwaardiger 

Ik heb altijd erg leuke gesprekken bij mijn kapper. Eigenlijk is hij geen kapper maar een kunstenaar, en ook een beetje gek. Maar meestal zegt hij wel wijze dingen. Vandaag vertelde hij mij over een vriendin, een yoga-lerares. Zij las veel spirituele boeken, en wist ook precies de lessen daaruit te destilleren en haarfijn uit te leggen hoe anderen dat zouden moeten toepassen. Laatst had zij het er tegen hem over dat je eigenlijk ieder glas dat je drinkt moet ‘instralen’ zodat je het met de juiste ‘energie’ opdrinkt. Kapper: ‘Hoeveel glazen drink jij eigenlijk per dag? ‘Zo’n stuk of 8′. ‘En straal je die dan allemaal in?’ ‘Nee, natuurlijk niet’. Waarop mijn kapper zei: ‘Hou alsjebieft  op met die onzin te verkondigen, wat heb ik eraan.’


Rode baard

december 12, 2006

Schilderijfiguur op de fiets

‘Tring, Tring, Tring’ Twee trams stoppen tegelijkertijd op de tramhalte. De elektrische deuren gaan piepend open en mensen met benarde gezichten worden naar buiten gespuwd. Links, rechts, ik maak me op om over te steken. Ik ga er in Amsterdam nooit van uit dat auto’s zullen stoppen voor een zebrabad. Toch stopt een oude Opel Kadett genadig. Ik steek over, de eerste horde is genomen. Dan het volgende zebrapad, aan de andere kant van de trambaan. Een auto stopt, maar het ontgaat me een beetje. Naast  de auto nadert een fietser het zebrapad. Hij draagt een wit rond hoofddeksel, en zijn lange jas fladdert langs beide kanten van zijn lichaam als zou hij elk moment de zwaarte van het asfalt verlaten en met kwieke vleugelslagen het luchtruim kiezen. Zijn lange rode baard en kaftan geeft hem een oude testament achtige uitstraling. Uit een heroïsch schilderij van Rembrandt gestapt, bij het Rijksmuseum een fiets gepakt nu op weg naar de Sloterplas. Als ik zie dat hij vaart mindert, glimlach ik. Dan kruisen mijn ogen een moment de zijne. De rode baard opent zich, en een volle glimlach komt tevoorschijn. Het schilderij wordt mens.